Opduvel | Luís Vicente & Vasco Trilla – a Brighter Side of Darkness


By Opduvel

Een veel gezien muzikant op de Europese jazzpodia is de Portugese trompettist Luís Vicente, die onder andere lid is lid van What About Sam, Clocks And Clouds, Deux Maisons, Chamber 4 en Fail Better! Hij werkte ook met elektronica-muzikant Jari Marjamäki en het Belgische kwartet Kabas. Op het Poolse Multikulti-label verschenen vorig jaar ook twee releases waar de trompettist bij betrokken is: Live at Ljubljana met pianist Seppe Gebruers en drummer Onno Govaert en L3 met saxofonist Yedo Gibson en slagwerker Vasco Trilla.

Laatstgenoemde is Vicente’s muzikale partner op het nu blij Clean Feed Records verschenen a Brighter Side of Darkness. Ook Trilla, die woont in Barcelona, is een zeer bedrijvig muzikant die in Europa met veel muzikanten samenwerkt. Daarnaast zijn de solo-albums die de drummer en percussionist uitbrengt zeer de moeite waard, wat vorig jaar nog onderstreept werd door het zeer sterke The Torch In My Ear, een heerlijk album waarop het wemelt van de spontane muzikale vondsten die de muziek een speels karakter geven.

Die laatste zin is kan zo worden overgenomen in de bespreking van a Brighter Side of Darkness, de duoplaat van de Portugese trompettist en Spaanse drummer/percussionist. Beide muzikanten beschikken over zeer sensitieve muzikale voelsprieten en dat betekent dat zij niet zomaar hun eigen weg gaan maar in hun vrije improvisaties, hoe individueel ook, steeds oog en oor hebben voor kleurschakeringen, over hoe het spel met geluiden bij elkaar klinkt.

Het album bestaat uit drie stukken van circa twintig, drieëntwintig en negen minuten. De beide heren nemen dus de tijd om hun improvisaties, die vanuit een niet van tevoren vastgelegd punt beginnen, tot volle wasdom te laten komen. Aftasten hoort erbij en dat gebeurt dan ook volop, met boeiende en spannende resultaten. Nergens lijkt sprake van het kiezen van de veilige weg: beproefde recepten worden uit de weg gegaan ten faveure van nieuwe experimenten.

En dat betekent dat de mogelijkheden van de instrumenten volop worden verkend. Vooral Vicente weet aan zijn trompet de meest vreemde klanken te ontfutselen, zoals in het begin, als hij door het instrument blaast maar nauwelijks een echte toon produceert. Het is opzienbarend hoeveel verschillende soorten ruis hij uit het instrument weet te halen. Trilla is niet alleen te horen op snare, waar een galmklank op lijkt te liggen, maar tikt ook op randen van toms en beslaat voorwerpen. Soms weet hij een drone-effect te creëren door aanhoudend spel op de snare.

Na zo’n vier minuten horen steeds meer trompetklanken, maar het zijn geen cleane geluiden die Vicente speelt. De trompet klinkt hees en ruw. Trilla kleurt bij met tikkende geluiden en gonzende bekkens. De intensiteit neemt toe en met een beetje fantasie waan je je rijdend in een treintje in een donkere mijn, ongewis van wat je bij aankomst zult aantreffen. En dan is het eerste stuk pas halverwege. De stroom van geluiden gaat constant door, waarbij de rol van het slagwerk net zo belangrijk is als die van het blaasinstrument. Een cleane trompetklank horen we pas na dertien minuten, in een robuust gedeelte waarin ook Trilla op ‘normale’ wijze op drums te horen is. Door te eindigen met tikkende geluiden wordt de muzikale cirkel mooi rond gemaakt.

Bellen en klokken begeleiden een hoog spelende gedempte trompet aan het begin van het tweede stuk. De nagalm is een belangrijke muzikale factor. Het stuk ontvouwt zich langzaam; er is geen haast en de spontane ideeën worden met rustige precisie ten uitvoer gelegd. Na een paar minuten brengt Trilla nieuwe accenten aan, rommelt het op de achtergrond en regent het nieuwe klanken. Ook hier gebeurt dat beheerst en ontspannen, dient het als tegenwicht voor het hoge en emotionele trompetspel. Schurend en strijkend gaat de percussionist verder, terwijl Vicentes zijn trompet laat kreunen, kermen en jammeren.

De muziek maakt lange tijd pas op de plaats, terwijl je weet dat er verandering op til is. Er is een immense spanningsboog, die nog wat strakker wordt getrokken als Trilla met toms een jachtig ritme onder het soms vervreemdende trompetspel legt. Vicente toont vervolgens dat hij naast zijn gevoel voor experiment ook een fijn gevoel voor melodie heeft. Trilla verlaat het snelle ritme, de trompet houdt stil en de slagwerker creëert met verschillende bellen een percussieve laag die hij accentueert met slagen op een tom en later op snare. Het stuk eindigt in de laatste paar minuten met melodieus spel op de trompet, die zodanig gedempt wordt dat de klanken wat dof klinken.

In het slotstuk wordt een hoge klank neergelegd, een drone die klinkt als feedback. Daar om- en doorheen fladdert de trompet, terwijl de rand van een bekken met een strijkstok wordt bespeeld. Onrust regeert. De drone wordt luider, gemener ook en de sfeer wordt daardoor agressiever. Elk geluid van trompet en percussie wordt bijna overstemd door de drone die van geen wijken weet. Er is geen ontkomen aan en beluistering van het laatste stuk wordt ongemakkelijk, maar het is ook razend spannend. Pas op het eind gaat de geluidsstorm liggen en bouwen Vicente en Trilla langzaam af.

Op a Brighter Side of Darkness laten de beide muzikanten, al luisterend naar elkaar, hun spontane ingevingen de vrije loop en laten zij het experiment zegevieren. Er is vaak geen houvast in de vorm van een beat, een vastomlijnd ritme of een strak tempo; het zijn de muzikale vondsten waarop deze muziek drijft. Ondanks het onconventionele spel gaat het niet om een aaneenschakeling van speeltechnieken; er wordt op en met gevoel gespeeld. De ongedwongen muzikaliteit van het duo zorgt voor een rijkgeschakeerd en vooral ook spannend improvisatie-album.

opduvel.com

Buy

+ There are no comments

Add yours

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.