The Portuguese Connection (2016), Pt. 1 – Susana Santos Silva, Luís Vicente & Sei Miguel


By Guy Peters

In oktober van 2015 berichtten we uitgebreid over onze fascinatie voor (enkele gedaantes van) de hedendaagse Portugese improvisatie. Wat blijkt nu: een forse greep uit de artiesten die we toen aan bod laten komen, verzamelt van 2 tot 4 juni in de buurt van Lissabon voor DESVIO, een driedaags festival dat die scene uitgebreid in de kijker zet met dertien concerten. We zijn van de partij, maar niet voor we nog een aanvulling konden doen op de reeks, met vijf nieuwe delen. Met vandaag de focus op drie trompettisten: Susana Santos Silva, Luís Vicente en Sei Miguel.

pc1611Kaja Draksler & Susana Santos Silva – This Love

Een samenwerking die in de sterren geschreven stond. Hoewel de twee elkaar al bijna een decennium kennen van bij het European Movement Jazz Orchestra (EMJO, een vergaarbak van jong, internationaal talent), hebben ze los van elkaar ook een knap parcours uitgebouwd én zijn ze de voorbije jaren naar voren getreden als twee opvallende jonge stemmen binnen de jazz en improvisatie. Draksler, die vooral hoge ogen gooide met haar soloalbum The Lives Of Many Others, liet zich in Amsterdam gelden in de meest uiteenlopende contexten (onlangs stelde ze ook haar eigen Octet voor) en aan de zijde van verschillende generaties muzikanten, o.a. als lid van Ab Baars’ trio Fish-Scale Sunrise en met Onno Govaert in Feecho. Voorlopig nog niet echt een weelde aan releases, maar dat lijkt een kwestie van tijd.

Santos Silva daarentegen, houdt er de laatste jaren dan weer een enorme productiviteit op na. Ze was in de weer met De Beren Gieren (samen trokken ze, ook met Draksler erbij, uitgebreid de hort op), bracht werk uit in eigen naam, in duo met Torbjörn Zetterberg, in trio met Zetterberg en Hampus Lindwall (een bezetting waarmee ze volgend jaar in Gent speelt), met Lama, en binnenkort verschijnen twee albums waarop ze te horen is met een paar Scandinavische kleppers (Stockholm is intussen haar tweede thuis geworden, naast Porto). Maar eerst This Love, opgenomen in het voorjaar van 2015, en een visitekaartje dat de opmerkelijke synergie tussen de vrouwen uit de doeken doet met een weelde aan ideeën, kleuren en contrasten.

Het album is opgebouwd als een ui, met verschillende lagen. Aan de uiteindes vind je twee vrij geïmproviseerde stukken. Daarachter zitten twee composities van Draksler, die nog eens twee stukken van Santos Silva omringen, die de kern van het album vormen. Is opener “Laurie” een mooi voorbeeld van hoe Santos Silva en Draksler omspringen met ruimte en intimiteit, door te werken met vrij sterke dynamische verschillen en spiegeleffecten, dan zet slotstuk “You Persevere” vooral in op het verkennen van extended techniques en exploreren van ongebruikelijke texturen met een spel van gehavende ruis-, schraap- en kraakklanken. Een eclectisch hoorspel.

Drakslers titelcompositie is een tedere ballade, opgebouwd rond een statige linkerhand en een ontluikende lyriek die de trompettiste naar expressief terrein voert met spetterende schuivers. In “Forgotten Lands” lijkt het wel alsof Draksler eerst een uitgebreide kaart uittekent, waar Santos Silva op verder kan bouwen met bugel, en de piano stilletjes terug de achtergrond verkent. Dan zoeken de composities van de trompettiste iets grotere contrasten op: haar “Hymn To The Unknown” is een donker verhaal vol geperste ruis, percussief gehamer en zwaar gerammel, dat uiteindelijk wel uitmondt in een verrassend moment van ontluikende schoonheid.

Het uptempo “Foolish Litte Something” start met vloeiend, unisono spel, slaat om in een kronkelige koers, dreigt vervolgens uit elkaar te vallen. Maar dan wordt de controle van de twee duidelijk, begint het piano te regenen in deze tour-de-force van ritme en melodieuze inventiviteit. Dat zorgt er ook voor dat de indruk die het langst nazindert er een is van focus en discipline. This Love bevat geen minuut, zelfs geen noot te veel, en zet niet enkel de compatibiliteit van het duo met verve in de kijker, maar ook hun vermogen om intimistische en dynamische interactie te voorzien van een emotionele lading. Hadden we het nog niet geweten, dan wisten we het nu: deze twee gaan nog prachtige dingen laten horen, al dan niet aan elkaars zijde.

pc1612Twenty One 4tet – Live At Zaal 100

Michael Moore, Sean Bergin, Ada Rave & Nicolas Chientaroli, John Dikeman, Kaja Draksler. Er zijn er nog heel wat. Amsterdam oefent al langer dan vandaag een opvallende aantrekkingskracht uit op improviserende musici. Ook de Portugese trompettist Luís Vicente vond er onlangs een hele tijd onderkomen, een periode die hij aangreep om een hele resem nieuwe uitdagingenaan te gaan, wat meteen ook een paar nieuwe bands en opnames opleverde. Zo bracht Nachstück onlangs een opname uit met John Dikeman, Dirk Serries, Martina Verhoeven en George Hadow (digitaal te krijgen via het name your price-principe), maar verscheen bij Clean Feed ook een album van het kwartet Vicente, Dikeman, bassist Wilbert De Joode en drummer Onno Govaert, opgenomen in de cruciale Amsterdamse concertlocatie Zaal 100.

Het is voor Vicente een zoveelste toevoeging aan een reeks albums die er steeds imposanter begint uit te zien en hem tot een van de boeiendste trompettisten van het moment uitroept: naast de duorelease met Jari Marjamäki, waren er immers nog opvallende en goed onthaalde albums van What About Sam, Clocks And Clouds, Deux Maisons, Chamber 4 en Fail Better! (binnen enkele dagen meer over hun nieuwe album). Veel moois op amper twee jaar tijd. En ook deze samenwerking mag er zijn, al is het maar omdat Vicente en Dikeman schijnbaar zo sterk van elkaar verschillen in aanpak en attitude. Dat wordt hier ook bevestigd, maar het duo is bij momenten wel erg compatibel, of weet die sterk verschillende persoonlijkheden althans goed uit te spelen.

Dikeman is immers de man van de lange, heftige beweging; de luide bluesloeier met de ontzette kreten die van op een rotsblok zijn robuuste jeremiades ten hemel stuurt. Daarnaast is Vicente een muzikant die het doorgaans eerder moet hebben van een verkenning in de diepte. Introverter, vaak in de weer met kleine geluidjes, geïsoleerde flarden en grove oneffenheden. Soms met bijna autistisch gepruttel en korte erupties. Ze werden hier en daar niet zomaar vergeleken met Albert en Donald Ayler (al kan je net zo goed verwijzen naar Brötzmann en Kondo). Toch schuiven ze hier regelmatig dichter naar elkaar toe, in twee compactere en twee uitvoeriger stukken die het hele terrein beslaan tussen lekker rollende freejazz en meer abstracte aftastmomenten. In opener “Red Moon”, dat lijkt te starten in medias res, wordt dat contrast meteen uitgespeeld, terwijl de temperatuur stilletjes aan de kook wordt gebracht en het spel van de blazers weerwerk krijgt van de goed op elkaar ingespeelde ritmesectie, waarbij zowel De Joode als Govaert (die samen met Jasper Stadhouders ook een trio vormen) regelmatig uitpakken met indrukwekkende muzikale commentaren en suggesties.

“Rising Tide” gaat zo van start met een knappe bassolo, waarna Vicente verkent, aftast, speelt met repetitieve ideeën en klankkleur. Zodra Dikeman zwalpend zijn intrede maakt, wordt het geheel naar de freejazz getrokken, waar het samengaan van brede vegen en detailspel maximaal rendeert. Een intens gierende solo van Dikeman, die iele frequenties opzoekt, leidt tot een van de vele mooie momenten hier, wanneer het door het kwartet wordt aangegrepen om het geheel naar abstracter, subtieler terrein te trekken. “Undertow” is een fraai stuk zonder Dikeman, dat opnieuw verder weg blijft van de jazzkoers en vooral intense concentratie afdwingt door al die fijnzinnige technieken en manipulaties. Met de lange afsluiter “Vesuvius” wordt aanvankelijk het dichtst aangeleund bij de jazztraditie. Dikeman en Vicente pikken gretig op elkaar in, dollen met elkaar als een stelletje opgewonden pups, gebruiken elkaar als klankbord en springplank. De Amerikaan met huilende uithalen, de Portugees met grilliger streken, meer intimistisch en indirect, al is het korte duet aan het einde van een ontwapenende gevoeligheid.

pc1613Sei Miguel – (Five) Stories Untold

Tenslotte belanden we bij een van de meest idiosyncratische figuren van de Portugese scene. Een muzikant die tot in het buitenland z’n hardcore fans heeft en op handen gedragen wordt door een kleine groep van loyale liefhebbers, maar die voor velen nog een nobele onbekende blijft. Dat heeft voor een groot stuk te maken met zijn eigenzinnige aanpak, die hier en daar duidelijk geworteld is in de jazztraditie, maar die zich niet daartoe beperkt. Het label suggereert zelf dat dit is hoe jazz zou klinken als die geïnspireerd zou zijn door John Cage en Alvin Lucier en daar valt iets voor te zeggen. Net als voorganger Salvation Modes wordt niet enkel gemusiceerd op de wip tussen verschillende werelden, met passages die aanleunen bij moderne gecomponeerde muziek, maar krijg je de stukken ook gepresenteerd in verschillende bezettingen, en werden ze opgenomen op diverse tijdstippen.

Opvallend is daarbij dat Miguel een paar muzikanten heeft uitgenodigd die al sinds de jaren tachtig met hem spelen (tromboniste Fala Mariam, drummer Luìs Desirat, rietblazers Rodrigo Amado en José Bruno Parrinha), terwijl anderen dan weer collega’s zijn bij het Variable Geometry Orchestra. Doorheen de vijf composities (samen goed voor een dik uur) die hier gepresenteerd worden, en waarvan er eentje zelfs teruggaat tot 1979, wordt de samenstelling steeds groter, gaande van een duo voor Miguel en Mariam, tot een octet met twee bassisten en zes blazers in het slotluik. Stilistisch gelijken de stukken niet allemaal op elkaar, al hebben ze wel een vrij minimalistische aanpak gemeen en blijven ze hangen in een open, zoekende, soms bijna mystiek getinte sfeer die Miguels muziek vaker kenmerkt.

Het blijft echter moeilijk om raakvlakken te vinden. Zo wordt voor “Asterion” verwezen naar gezangen uit Griekenland en de Balkan, maar het zijn referenties die in deze dialoog voor pockettrompet en trombone niet expliciet duidelijk worden. De twee wentelen geduldig rond elkaar, vooral in de weer met lang aangehouden tonen. Soms hecht en harmonieus, terwijl Miguel zich hier en daar ook enkele grillige uitschieters permitteert, als een meer op fragmentatie terende Don Cherry. Het is samenspel met ritualistische ernst, trage verbuigingen en eindeloos geduld, hier en daar misschien een beetje verwant aan enkele oudere werken van George Lewis, maar vooral typisch Miguel. Dat gaat ook op voor het triostuk, waarvoor het eerste duo gezelschap krijgt van (akoestisch) gitarist Moz Carrapa. Die stuwt het vanzelfsprekend naar een folkachtiger terrein, wat de mystiek van deze gerekte exploratie nog eens versterkt.

Voor de twee kwintetstukken wordt het startduo vergezeld door Carlos Santos (‘computer’), Hernâni Faustino (elektrische bas) en Luìs Desirat (drums), waarmee het belandt op elektroakoestisch terrein. Is “”Os Céus” zogezegd gebaseerd op de klassiek jazzballade “Laura”, dan lijkt enkel Miguel daar rekening echt mee te houden. De rest van de muzikanten volgt een tergend traag tempo en creëert een onwerkelijke vibe, die in “Oito Lançamentos Para Pedro Caveira” aangegrepen wordt als fundament voor iets dat op een slowmotion groove lijkt, een broeierig nachtvisioen dat met zin voor detail in elkaar gepast wordt. Slotstuk “Sentinela” zorgt met de combinatie van twee elektrische bassen en zes blazers (trompet, alttrombone, altsax, tenorsax, altklarinet en fluit) dan weer voor een weelde die aan banden gehouden wordt. De bassen slingeren zich sloom of jazzy rond elkaar, de blazers schilderen erbovenop in traag verschuivende verhoudingen, alsof het gaat om een sectie die weggehaald werd bij Sun Ra, en hier in de weer is met een minimum aan ideeën. Opnieuw op het randje van het ascetische, maar niettemin met een markante en geslaagde bezwering, Miguel ten voeten uit.

http://www.enola.be/

Buy

+ There are no comments

Add yours